Standhouders Horti Fair: 'Ogen zijn gericht op het buitenland'

Standhouders Horti Fair: 'Ogen zijn gericht op het buitenland'

Van 1 tot en met 4 november vindt in Amsterdam RAI de Horti Fair plaats. KAS Magazine besteedde in het april-nummer aandacht aan deze tuinbouwbeurs. Mario van Vliet is projectleider communicatie bij de Horti Fair én freelance medewerker van KAS Magazine en schreef een artikel over de internationale ambities van enkele standhouders. Het artikel had als titel 'Ogen zijn gericht op het buitenland'.

'De tuinbouw internationaliseert', hoor je met enige regelmaat. Maar welke gevolgen heeft die ontwikkeling voor telers en tuinbouwtoeleveranciers? "Als we expansie willen, dan moeten we onze ogen op het buitenland richten." De Horti Fair speelt daarbij een belangrijke rol.

Tussen al die miljoenen twitterberichten die dagelijks worden verzonden, was onlangs een nogal opvallende te lezen: "3 men crew Big in #Japan, starting up projects in #Mexico #Russia #France and the sun shines in #Holland." Afzender van het bericht was @SosefExport, ofwel de exportafdeling van Nic.Sosef. Het op en top Westlandse bedrijf dat nu dus berichten in het Engels schrijft over activiteiten in landen duizenden kilometers van Nederland.

Hoewel, opvallend? Nic.Sosef stond vorig jaar voor het eerst met een stand op Horti Fair. In die stand was geen woord Nederlands te vinden: Engels en Russisch waren de voertaal. "We zijn maar met één reden naar de Horti Fair gegaan: ons presenteren aan het buitenland", aldus directeur Bart Sosef.

Het zijn maar twee bewijzen van de internationalisering van de tuinbouw. Nederland is nog steeds gidsland en kennisland, maar juist búiten de landsgrenzen gaan de ontwikkelingen momenteel razendsnel. "Landen die we voorheen niet in het vizier hadden, spelen nu ineens een enorme rol van betekenis in de tuinbouw", vertelt Antony Brouwers, directeur van growTechnology.

Enkele voorbeelden van landen waar de ontwikkeling snel gaat zijn: Oekraïne, Turkije, Brazilië, Polen, Rusland. Maar eigenlijk is het rijtje oneindig. Want wereldwijd worden – al dan niet met overheidssteun – nieuwe productiegebieden om de lokale bevolking zelf te kunnen voeden._"Wat tien, vijftien jaar geleden in de industrie gebeurde, gebeurt nu in de tuinbouw", vertelt Henk Peek, directeur van Frans van Zaal Totaal Techniek. "De markt is volledig internationaal geworden. Die ontwikkeling kun je niet stoppen, en dat moet je ook niet willen. Het levert juist kansen op, zowel voor telers als voor toeleveranciers."

Innovatief en creatief

In de sierteelt is de internationalisering al jaren gaande. "Dat begon met de anjer, in de jaren '80", vertelt Sosef. Inmiddels zijn het met name rozen die in den verre worden geteeld. Peek: "De roos, de moeder aller bloemen, wordt tegenwoordig helaas vooral buiten Nederland geteeld."

In de groenteteelt is een soortgelijke ontwikkeling gaande: in het buitenland worden steeds professioneler groenten geteeld. Sosef: "Er is een steeds grotere markt voor lokaal geproduceerde, luxe artikelen van een continue kwaliteit en een betrouwbare levering. Dat geldt met name rond de grote steden in bijvoorbeeld China, Rusland en India. Daarvoor heb je gecontroleerde teelt nodig. En juist daarin is Nederland zeer goed."

Tel daarbij de trend van 'local for local' op, en de trend is onomkeerbaar: Nederland moet zich herbezinnen op de toekomst. Brouwers van growTechnology: "Waar we ons vaak niet van bewust zijn, is dat we onze vooraanstaande positie onder meer te danken hebben aan het gas. Bovendien ligt Nederland dichtbij belangrijke afzetlanden als Engeland en Duitsland. Het zijn dus externe factoren waardoor we onze positie hebben bereikt, vanzelfsprekend in combinatie met hard werken en onze handelsgeest. Nu zijn het andere landen die profiteren van hún externe factoren. Turkijke bijvoorbeeld, dat ligt zeer gunstig voor de Russische markt."

Dat klinkt dramatisch voor de Nederlandse tuinbouw. Maar wie een kijkje neemt bij de opkomende tuinbouwgebieden, komt in veel gevallen Nederlanders tegen, zowel telers als toeleveranciers.  "Nederlanders hebben kennis en handelskarakter, zijn innovatief en creatief ", vertelt Brouwers, die zelf ooit startte met een sierteeltbedrijf in Portugal en later ook nog werkte in Afrika.

Peek: "De Nederlandse telers zijn al onderdeel van de internationalisering. Alleen lokaal leverancier zijn kan niet meer, tenzij je een niche weet te bedienen. Ook telers bedienen de wereldmarkt." Sosef, Brouwers en Peek zijn het eens: de internationalisering biedt de Nederlandse tuinbouw – zowel toeleveranciers als telers – juist kansen. Brouwers: "We moeten ons nóg meer opstellen als echte internationals: Nederland zou zelf tuinbouwlocaties moeten opzetten, wereldwijd."

Nog te veel 'stand alone'

Nic.Sosef, growTechnology en Frans van Zaal Totaal Techniek grijpen de internationale kansen in ieder geval met beide handen aan. Sosef: "De koek is in Nederland redelijk verdeeld. Bovendien zal er weinig groei zijn: de binnenlandse vraag bestaat met name uit vervanging. Natuurlijk is en blijft Nederland belangrijk: 90 procent van onze omzet komt er vandaan. Maar als we expansie willen, dan moeten we onze ogen op het buitenland richten."

De buitenlandse activiteiten van Nic.Sosef richten zich wat betreft installatietechniek momenteel met name op Japan, Italië en Frankrijk en wat betreft de handelsartikelen vooral op Engeland en Oostenrijk. In diverse andere landen werkt het bedrijf met agenten. Rusland is een verhaal apart. Sosef: "Dat is een specifieke markt met grote reisafstanden. Daarom hebben we vorig jaar een Russische dochteronderneming gesticht. Deze heet nu Sosef Russia. Vandaar onze Russische stand vorig jaar op de Horti Fair."

Voor de duidelijkheid: Sosef is niet van plan de Nederlandse markt te verlaten: "Maar je alleen op Nederland richten betekent dat je kansen laat liggen. Dat zien onze afnemers ook. Die willen ook dat wij gezond blijven. Sterker, ook in het buitenland kan de slogan 'Samen met Sosef' invulling krijgen. Zij zien daar voor hun eigen bedrijf ook kansen."

Ook growTechnology werkt momenteel onder meer in Brazilië, China en Turkije. Daarnaast doet het bedrijf aan directe verkoop aan telers in den vreemde. Brouwers: "In de toekomst willen we in enkele buitenlanden eigen vestigingen opzetten." In Israël is growTechnology betrokken bij een nieuwbouwproject, met telers. "Het aardige is: met ons product growWatch kunnen we die bedrijven vanuit Nederland monitoren."

"Ons speelveld is de wereld", stelt Peek. "Van onze totale omzet komt 40 procent uit het buitenland." Ook Frans van Zaal Totaal Techniek werkt met name met lokale agenten, onder meer in Noord-Amerika, Frankrijk, Polen en Rusland. Een prima constructie, maar het liefst zou Peek meer samenwerking zien tussen Nederlandse tuinbouwbedrijven: samen de boer op. In bijvoorbeeld de weg- en watergebouw gebeurt dat al wél: consortia die aanbestedingen doen. "Nederlandse toeleveranciers werken nog te veel 'stand alone'. Eigenlijk zou je de kansen samen moeten aanpakken.  Maar zien we de voordelen voor de lange termijn nog niet voldoende."

En da's jammer, want voor dat je er erg in hebt, pakken andere bedrijven uit andere sectoren de kansen die klaarliggen voor Nederland, voorspelt Peek. "Andere partijen zullen tuinbouw interessant gaan vinden, onder meer op het gebied van waterzuivering. We kunnen daarop wachten. Maar liever ben ik ze voor. Daarom vind ik dat we meer combinaties moeten maken, om samen stappen vooruit te kunnen zetten."


KADER
Een gezonde Horti Fair

"De Horti Fair heeft alles in zich om hét platform te zijn voor de internationalisering van de tuinbouw", stelt Antony Brouwers van growTechnology. "Want daar kunnen we de unieke positie van de Nederlandse tuinbouw duidelijk maken aan de bezoekers. En die unieke positie komt door de kennis die we hebben. Neem de breakfast briefings die er al waren en de seminars die er komen."  growTechnology is dan ook dit jaar weer present tijdens de Horti Fair. "Met twee vernieuwende producten."
Nic.Sosef beleeft het tweede Horti Fair-jaar. Bart Sosef: "We gaan naar de Horti Fair wegens onze buitenlandse ambities. En daarbij hoort een gezonde beurs. Daarom ben ik erg blij met de vitaliteit van de Horti Fair."
Henk Peek van Frans van Zaal Totaal Techniek: "Je kunt als individuele standhouder besluiten om niet naar de Horti Fair te gaan. Daar heb ik begrip voor. Maar vanuit het oogpunt van de Nederlandse sector zou je daar niet mogen ontbreken. Want de Horti Fair is dé etalage van de Nederlandse tuinbouw en zou dat ook moeten blijven. Bovendien is de Horti Fair voor ons een zeer geschikt medium om onze doelgroepen te bereiken, nationaal en internationaal."